Spelen met vuur: vuurwerk in de berging

Nadat de politie een sociale huurwoning binnen ging op zoek naar een gestolen fiets, troffen zij een grote hoeveelheid illegaal zwaar vuurwerk aan in de berging. Het betrof 230 Kilogram vuurwerk bestaande uit shells of mortieren, cobra’s en lawinepijlen. In de berging werden verder provisorische zelfgemaakte ontstekingsmechanismen aangetroffen en grondstoffen voor rookbommen. In de woning werden twee bladen aangetroffen met instructies voor het bouwen van vuurwerkbommen. De politie heeft de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie ingeschakeld om het zware vuurwerk te verwijderen.

De woningcorporatie vordert ontruiming van de woning in kort geding. De huurder is immers tekortgeschoten in de nakoming van zijn huurovereenkomst en de algemene huurvoorwaarden, doordat hij zich niet als een goed huurder heeft gedragen en de bestemming van de woonruimte heeft gewijzigd. Daarnaast heeft de huurder in strijd gehandeld met artikel 7:213 en 7:214 BW. Het voorhanden hebben van zwaar illegaal vuurwerk in de woning en dit gebruiken, althans te laten gebruiken voor illegale, commerciële activiteiten vormt een groot gevaar voor de woonomgeving en heeft ernstige gevolgen voor de uitstraling en de leefbaarheid in de wijk.

De fabricatie van vuurwerk

De voorzieningenrechter acht in de uitspraak van 2 april 2019 het voldoende aannemelijk dat in de berging met illegaal zwaar vuurwerk is gewerkt, in die zin dat reeds gefabriceerd vuurwerk is gewijzigd, bewerkt en/of uit elkaar is gehaald. De zelf gefabriceerde ontstekingsmechanismen en de instructiebladen wijzen daar ook op. Dit alles brengt grote risico’s voor de omgeving met zich mee.

Wetenschap van het vuurwerk

De huurder verweert zich door te stellen dat hij niet wist dat het een grote hoeveelheid illegaal vuurwerk betrof. Het vuurwerk was van zijn niet-inwonende zoon, die wel had gevraagd of hij vuurwerk in de berging mocht leggen, maar niet had aangegeven dat het om illegaal vuurwerk ging. De huurder wist dat zijn zoon een hobby had bestaande uit het hebben van vuurwerk. Het ging echter altijd om legaal vuurwerk. De zoon had al langere tijd de sleutel van de woning.

De huurder heeft ter zitting aangegeven dat zijn zoon (als hobby) dummy vuurwerk aan de muur van de berging bevestigde en regelmatig in de berging met het vuurwerk bezig was vanuit zijn hobby. De rechter oordeelt dat ook als aangenomen mag worden dat de huurder niet wist dat zijn zoon in de berging een grote hoeveelheid illegaal vuurwerk had opgeslagen en reden had om er vanuit te gaan dat het een beperkte hoeveelheid consumentenvuurwerk betrof, had hij – nu hij wist dat zijn zoon een vuurwerkhobby had – actief toezicht moeten houden op de bezigheden van zijn zoon. Het gaat immers niet om een alledaagse hobby, maar letterlijk en figuurlijk om het spelen met vuur. De huurder is op grond van artikel 7:219 BW voor de gedragingen van zijn zoon in de woning en de berging verantwoordelijk. Door het gebrek aan toezicht heeft de huurder zich niet als een goed huurder gedragen.

Spoedeisend belang

Gelet op het zeer grote veiligheidsrisico dat voor omwonenden heeft bestaan, heeft de woningcorporatie volgens de rechter een onmiskenbaar spoedeisend belang bij de door haar ingestelde vordering tot ontruiming van de woning. Er zijn veel aspirant-huurders die wachten om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Daarnaast heeft de woningcorporatie een zwaarwegend belang om ook naar haar andere huurders een signaal af te geven dat activiteiten zoals in het onderhavige geval niet worden getolereerd.

Mocht u vragen hebben over deze zaak of advies wensen in een vergelijkbare zaak, kunt u met mij contact opnemen.

Bart Poort, april 2019

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

UA-69824055-1