Vervalste inkomensverklaring leidt tot ontruiming huurder

Op 12 februari 2016 heeft de Rechtbank Oost-Brabant een ontruiming in kort geding toegewezen in een zaak waarbij de huurder bij het aangaan van de huurovereenkomst een vervalste inkomensverklaring van de Belastingdienst en een eigen vervalste inkomensverklaring aan Woonbedrijf als verhurende corporatie heeft verstrekt. Woonbedrijf heeft na ontdekking direct de huurovereenkomst op basis van bedrog, dwaling en onrechtmatig handelen buiten rechte beëindigd. De ex-huurder wenst echter niet vrijwillig te vertrekken, zodat Woonbedrijf genoodzaakt was om deze persoon in kort geding te betrekken en ontruiming van de woning te vorderen. De uitspraak is nog niet gepubliceerd op rechtspraak.nl. De Rechtbank is heel helder en duidelijk, dergelijk handelen wordt niet geaccepteerd en leidt tot een ontruiming van de huurder. Wat had de ex-huurder gedaan?

Hij heeft tijdens de zitting verklaard dat hij – buiten medeweten van zijn vriendin – de inkomensverklaring van de Belastingdienst van zijn vriendin door een derde heeft laten inscannen, om daar vervolgens wijzigingen in aan te brengen. Deze gewijzigde inkomensverklaring heeft hij gebruikt als zijn eigen inkomensverklaring om Woonbedrijf ertoe te bewegen hem te accepteren als huurder van de woning. Tevens heeft hij een verklaring, waarin het onjuiste inkomen is opgenomen, ondertekend als ware het naar waarheid ingevuld, waarna de huurovereenkomst is gesloten.

Volgens de Rechtbank is dit een geval van (medeplegen van) valsheid in geschrifte. Ook past deze handelswijze van de ex-huurder tegenover Woonbedrijf naadloos in de definitie van bedrog. Het bedrog maakt dat Woonbedrijf de gesloten huurovereenkomst terecht buiten rechte heeft vernietigd.

Na vernietiging van de huurovereenkomst is het verblijf van de ex-huurder in de woning een verblijf zonder recht of titel en jegens Woonbedrijf onrechtmatig. Woonbedrijf heeft vervolgens ook een spoedeisend belang om zo spoedig mogelijk tot ontruiming over te gaan en de woning weer ter beschikking te kunnen stellen aan degenen die, vallend onder de doelgroep van de woning, op grond van de wachtlijst en inkomstentoets, daarvoor wel in aanmerking komt.

De persoonlijke omstandigheden die door de ex-huurder zijn aangevoerd rechtvaardigen niet dat hij Woonbedrijf heeft misleid door valse gegevens te verstrekken. Ook heeft Woonbedrijf er een gerechtvaardigd belang bij dat zij door haar potentiële huurders bij het aangaan van de huurovereenkomst van juiste gegevens wordt voorzien. Dat Woonbedrijf er niet in wenst te berusten dat er op een wezenlijk punt bedrog is gepleegd, valt ook te begrijpen. Woonbedrijf heeft namelijk tegenover andere woningzoekenden, die wel eerlijke informatie verstrekken, een verantwoordelijkheid om woningzoekenden die vals spelen daarvan niet de voordelen te laten genieten.

Deze uitspraak is zeer relevant voor de praktijk van corporaties en ook particuliere verhuurders. Voor corporaties geldt dat zij verplicht zijn om het inkomen te toetsen van alle woningzoekenden die bij haar een woning willen huren. Corporaties moeten immers vanaf 1 juli 2015 minimaal 90% van de vrijkomende sociale huurwoningen toewijzen aan huishoudens met een inkomen dat niet hoger is dat de vastgestelde inkomensgrens. Daarnaast moet Woonbedrijf vanaf 1 januari 2016 er voor zorgen dat de huren voor toegewezen woningen worden afgestemd op de inkomensniveaus van de doelgroep. Als corporatie dient u ervan uit te mogen gaan dat de inkomensverklaring die de huurder aan u verstrekt juist is en niet is vervalst. Tevens blijkt uit deze uitspraak helder wat de sanctie is op het bedriegen van de verhuurder en het vervalsen van dergelijke relevante informatie. De verhuurder kan dan de huurovereenkomst buiten rechte vernietigen en met succes in kort geding ontruiming vorderen.

Mocht u over deze casus of een vergelijkbare casus vragen hebben, neem dan gerust contact op.

Auteur: B. Poort

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


UA-69824055-1