Gevolgen positie verhuurder en huurder bij onderbewindstelling huurder

Op 7 maart 2014 heeft de Hoge Raad een drietal prejudiciële vragen beantwoord van de Rechtbank Gelderland omtrent de rol van de bewindvoerder bij de ontruiming van een huurwoning. Volgens de Hoge Raad wordt het huurgenot gelijkgesteld met een vermogensrecht, omdat de uit de huurovereenkomst voortvloeiende rechten onder het bewind gestelde vermogen vallen. Aangezien de bewindvoerder in rechte beschikkings- en beheersbevoegd is, dient de bewindvoerder in een procedure tot ontruiming van de huurwoning als formele procespartij te worden betrokken.

Uit diverse uitspraken van onder meer het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 24 juni 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:1883) en ook een recente uitspraak van 8 juni 2015 (ECLI:NL:RBROT:2015:4810) volgt dat een verhuurder niet ontvankelijk is indien de vordering tot ontbinding en ontruiming wordt ingesteld jegens de huurder indien deze onder bewind staat ten tijde van het dagvaarden van de huurder.  In verband met de inwerkingtreding van de Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap (Stb. 2013/414) per 1 januari 2014 bestaat er een publicatieplicht voor alle bewinden die zijn ingesteld op grond van verkwisting of het hebben van problematische schulden. Per 1 januari 2014 kan door een ieder het (openbare) centrale curatele- en bewindregister via de website van rechtspraak.nl worden geraadpleegd. Door raadpleging van dit register, voorafgaand aan het uitbrengen van de dagvaarding, is de verhuurder van een eventuele onderbewindstelling van de huurder op de hoogte en behoort de verhuurder dit ook te zijn op straffe van niet-ontvankelijkheid.

Indien de verhuurder niet kon weten dat de huurder onder bewind staat, kan een rechter hierop een uitzondering maken. In dat geval zal de rechter alsnog één van de partijen in de gelegenheid te stellen om de bewindvoerder in de procedure op te roepen. Indien de bewindvoerder verschijnt, wordt de procedure door de bewindvoerder als formele procespartij overgenomen. Wanneer de bewindvoerder niet verschijnt na daartoe wel geldig te zijn opgeroepen, zal het verweer van de huurder niet kunnen worden beoordeeld. In dat geval bestaat de kans dat de vorderingen worden toegewezen tenzij deze, vergelijkbaar met verstek, als onrechtmatig worden aangemerkt. Ook kan volgens een uitspraak van 25 juni 2014 een huurder onder bewind niet met succes een executiegeschil aanhangig maken (ECLI:NL:RBLIM:2014:5627). Enkel een bewindvoerder kan dat.

Verder is in een uitspraak van 15 januari 2015 (ECLI:NL:RBROT:2015:776) geoordeeld dat de bewindvoerder bevoegd is om de huurovereenkomst op te zeggen.

Mocht u hierover vragen hebben of voorafgaand aan de procedure of tijdens de procedure worden geconfronteerd met de situatie dat de huurder onder bewind staat of is gesteld, kunt u met Weebers Vastgoed Advocaten contact opnemen voor nader advies. Wij beschikken over ruime ervaring op dit gebied en zijn ook betrokken (geweest) bij diverse procedures waarbij er sprake was van bewindvoering van een huurder.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


UA-69824055-1